WONEN IN ITALIË – De westerlingen

Ik zit aan de lunch met zes splinternieuwe kennissen. Twee Nederlandse stellen en een Poolse met haar Duitse man. Het is de verjaardag van de gastheer. Zestig is hij geworden. Ik heb hen, nog geen twee maanden geleden, door toeval op een terras leren kennen en nu zit ik hier temidden van hun vrienden.

Erick en Renée hebben een halve 'borgata' gekocht, daar appartementen in gebouwd, een zwembad laten aanleggen en zijn een luxe B&B begonnen. Hun bijna volwassen kinderen zijn in Nederland achtergebleven.

Het andere Nederlandse stel is rond de zeventig. Ze wonen al wat langer in een dorpje verderop. Het zijn filmgekken en ze verzorgen in hun dorpje film-avonden. De Duitser en de Poolse zijn kunstenaars. Hij is fotograaf en zij schildert.

Er is veel veranderd in de Langhe in die tien jaar dat ik hier nu woon. Je kunt inmiddels wel spreken van een ware invasie van Nederlanders en andere westerlingen.

Net als het door mij beschreven gezelschap dragen ze allemaal op hun manier iets bij aan de gemeenschap hier. Al was het alleen al door het werk dat ze hier verschaffen aan vakmensen en door hun winkel- en restaurant-bezoek.

Velen storten zich ook op het Italiaans en worden vrienden met hun buren. Zo schrijft Teuntje uit Bagnasco me: "Komende maandag organiseren we een barbecue voor onze buren. Zin in, maar ook wel een beetje spannend."

De Italianen zien het allemaal met verbazing aan. Het is voor hen sowieso al moeilijk te begrijpen dat je zomaar zonder noodzaak je land verlaat en in een ander land een nieuw leven begint. Maar ook leiden de mensen van hier een heel ander leven dan wij, verwende westerlingen. Het is keihard werken geblazen, vooral nu in de zomer.

Als ik 's morgens om zes uur over de weg loop, dan hoor ik al overal het gebrom van de tractoren en het zagen van hout.

De aardappelen worden geoogst en in zakken in de winkels gelegd. Over één à twee maanden moeten de hazelnoten worden geraapt, vervolgens is daar de vendemmia (druivenoogst). Daarnaast hebben alle dorpsbewoners een moestuin (orto) waarin ze groentes en fruit verbouwen. Het moet allemaal verwerkt worden, tot jam, tomatenpuree, groenten 'sotto olio'.

Ook voor de mensen met een baan, is het sappelen, want de salarissen zijn laag. Na hun werk doen ze er van alles naast. Ze verkopen hout of verhuren een deel van hun huis als B & B. Vakantie is voor de meesten hoogstens een dagje naar het strand.

Daarom zijn de feesten, de 'sagra's', ook zo belangrijk. Zowel als vertier en als een manier om hun cultuur uit te dragen.

Je hebt de sagra van de prei, van de kekererwt, van de aardappel, etc. Ieder dorp heeft zijn specialiteit. De produkten worden in al hun variëteiten getoond. Het is hun broodwinning en ze zijn er trots op.

Onder de westerlingen is er natuurlijk ook nog de groep jonge ondernemers. De zgn. "Ik vertrekkers". Dertigers, veertigers die uit Nederland vertrokken zijn en hier op een andere manier de kost proberen te verdienen. Vaak door activiteiten in de toeristische sector.

Ook zij moeten hard werken. Maar in vergelijking met de boeren hier starten ze met een voorsprong. Vaak beginnen ze met spaargeld of de opbrengst van een verkocht huis en bovendien zijn ze beter opgeleid.

Wij 'pensionado's' doen alleen maar 'leuke' dingen. Lopen jazz-concerten af, tentoonstellingen, rommelen wat in onze orto's, gaan bij mooi weer naar het strand en bespreken met elkaar waar je lekker kunt eten.

Da's prima, we hebben ervoor gewerkt. Maar we zijn hier niet alleen. We nemen een plek in in een eeuwenoude dorpsstructuur, vormgegeven door de mensen van hier.

Dus leer ze kennen, laat zien dat we belangstelling hebben voor hun werk, voor hun produkten. En dat we respect te hebben voor hun folklore en gebruiken. Dit moest ik echt even kwijt. (Amen)

  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.